2018: 40 jaar tennisverhalen (deel 4)

Schrijver en lid van onze vereniging Willem Olierook heeft een fictief gesprek geschreven tussen Opa en kleinzoon Sam. Dit gaat onder andere over de historie van Tennisvereniging De Maten, maar voornamelijk over het oprichtingsjaar 1978.  Lees gauw verder voor alweer het vierde artikel uit de reeks!

1978: Een jaar om nooit te vergeten (3)
(Willem Olierook)

Een druilerige woensdagmiddag. Sam heeft hier meegeluncht en vraagt me om nog eens wat over 1978 te vertellen. Dat bijzondere jaar waarin z’n moeder, onze dochter, is geboren en het oprichtingsjaar van Tennisvereniging De Maten waar ik nog steeds heel graag m’n partijtjes speel en daarna gezellig samen ben met mijn medespelers.

“Opa, in welke sporten was Nederland nog meer goed vroeger?”, is de eerste vraag van Sam. Ik blader het boek door en ik zeg: “Kijk, hier staat wat over wielrennen, ook een sport waar de Nederlanders goed in waren en tegenwoordig ook weer zijn met sprinter Dylan Groenewegen (vast een Westlander met zo’n achternaam), Wout Poels en natuurlijk Tom Dumoulin niet te vergeten. “We hadden toen bij voorbeeld een Jan Raas die op 25 maart voor de tweede keer in z’n loopbaan de Amstel Gold Race won.”
“Geinige naam opa ‘Raas’ voor een wielrennen. Wie waren er nog meer goed?”
“Weet je wat Sam, ik googel wel even, dat is veel makkelijker.”

Ik tik in ‘Tour de France 1978’ en daar verschijnt een scherm vol aan informatie. “De proloog van Leiden naar St. Willebrord was voor Jan Raas.”
“Zie je wel dat zo’n naam helpt!”, zegt mijn bijdehante kleinzoon. “Er waren etappe-overwinningen voor: Henk Lubberding, Joop Zoetemelk (aankomst op de befaamde Puy-de-Dôme’), Hennie Kuiper en Gerrie Knetemann. En Joop werd tweede in het eindklassement. En op 27 augustus werd Gerrie Knetemann op de Nürburgring ook nog eens wereldkampioen. Niet gek hè?!” “Best goed hoor opa; kun jij ook een beetje hard fietsen? Ik wel hoor!”

“Nou Sam, ik wil niet opscheppen, maar ik had op m’n 17e een racefiets en reed precies in een half uur van Delft naar Poeldijk, dat was 15km. Mag jij uitrekenen hoe hard ik per uur reed.” “Dat is toch veel te moeilijk voor mij opa, ik ben pas zeven! Ik ga wel theezetten, dat kan ik wel.”

Heb ik mooi de tijd om nog wat interessante wetenswaardigheidjes bij elkaar te sprokkelen. Als Sam de mokken op tafel heeft gezegd zeg ik:
“Jij vindt de strip Garfield toch leuk om te lezen? Nou in 1978 kwam de eerste aflevering van dat boekje uit. Heel wat anders, je weet als katholiek ventje toch wat een paus is?”
Sam knikt en zegt: “Ik weet ook hoe de paus heet: Franciscus.” “Heel goed, maar wist je dat er in 1978 drie pausen waren?”
“Tegelijk?”, vraagt Sam. “Nee, na elkaar; twee pausen gingen er binnen een paar maanden dood en dus werd op 16 oktober Johannes Paulus II de derde paus dat jaar.”
Heb je niet nog meer over sport?”, vraagt Sam die de pausen zat lijkt te zijn. “Even kijken hoor… ja hier. O ja, dat was toch zielig…”
“Wat opa?” "Johan Cruijff speelde z’n afscheidswedstrijd met Ajax tegen Bayern München en ze verloren met …, nee ik kan het niet uit over mijn lippen krijgen…”
“Hè, toe nou opa, zeg het nou!” “Met 0-8!!! Zeg nou zelf, dat heeft die jongen toch niet verdiend?!”

We drinken onze thee op en ik vraag aan mijn kleinzoon of hij nog naar me komt kijken als ik meedoe aan het Hypothekertoernooi in augustus.
“Dat weet ik nog niet opa, misschien zijn we dan wel op vakantie. Wat vind je eigenlijk zo leuk aan tennissen?”
“O, zoveel! Je bent lekker buiten en in beweging, maar tennis – en vooral dubbelen – is een technisch en tactisch, die woorden ken je toch wel? – spelletje waar ik nooit genoeg van krijg. Het lijkt allemaal hetzelfde, maar is toch elke keer weer anders, net als bij voetbal.”

“Voetballen kan ik overal opa, maar tennissen kan alleen maar op een echt veld. Daarom voetbal ik liever.”
“Ja, maar met voetballen schoppen ze tegen je benen en val je telkens op de grond en dat is toch niet leuk?”
“Bij de F-jes valt dat wel mee opa. Misschien later als ik groot ben wel en als ik dat niet meer wil ga ik misschien ook wel tennissen. Maar nu wil ik weer naar buiten opa, het is droog. Ga je mee?”

(wordt vervolgd)

____________________________________________________________________________________________________________________________________

1978: Een jaar om nooit te vergeten (2)

(Willem Olierook)
 
Sam is weer bij ons op bezoek. Oma is niet thuis, ze is op bezoek bij een vriendin en dus kunnen mijn kleinzoon en ik als mannen onder elkaar samen gamen en daarbij lekker luidruchtig zijn, zonder elke keer te moeten horen dat we wel erg veel lawaai maken …
 
“Ik heb geen zin meer opa, jij bent veel te traag, ik win altijd! Vertel me nog maar eens wat over het jaar dat mamma is geboren, wanneer was dat ook alweer?”
“Dat was 1978 Sam, waar heb je dat boek gelaten?”
“Ja, dat heb ik niet weggelegd! Was oma nou maar hier, die weet altijd alles te vinden…”
“Nou, ik ook heus wel; even logisch nadenken…; ja, natuurlijk, hierboven op de kast, naast mijn gedichtenbundels.”
“Gedichten zijn saai opa, die moeten we ook op school lezen. Allemaal rare woorden waar ik meestal niks van snap.”
“Ik zal je wel eens wat van mezelf voorlezen, maar nu duiken we weer even in ‘Het aanzien van’.”
 
“Staat er ook in welke goede tennissers je toen had opa?”
“Nou, dat weet ik niet Sam, maar als het hier niet in staat kan ik het altijd nog op Wikipedia opzoeken. Eerst maar eens bij het hoofdstuk ‘sport’ kijken…; hm… het enige dat ik hier vind is dat Martina Navrátilová  op 10 juli Chris Evert na 140 weken heeft afgelost als de nummer één op de wereldranglijst der proftennisspeelsters. De geboren Tsjechische moest die positie na 26 weken weer afstaan aan haar Amerikaanse collega.”
“Speelde Roger Federer toe ook al opa?”
“Welnee Sam, die was toen nog niet eens geboren! Ik moet toch even op de computer kijken. Zet jij ondertussen maar water op voor de thee; weet je hoe dat moet?”
“Duhhh… natuurlijk kan ik dat opa; ik ben al zeven hoor!”
 
Terwijl die kleine druktemaker in de keuken is, ga ik even googelen…
 
“Ja Sam, ik heb wat gevonden! Heb je die thee nu nog niet klaar?”
“Rustig aan opa, mijn vader zegt dat je alle tijd van de wereld hebt als pensionado, het komt er zo aan.”
 
Als we even later ons warme water wegslobberen met een stroopwafel erbij, kan ik hem vertellen wie er in 1978 de Grand Slams heeft gewonnen.
 
“Ze beginnen altijd in januari met de ‘Australian Open’ Sam en dat werd gewonnen door de Argentijn Guillermo Vilas. Weet je trouwens wat Guillermo is in het Nederlands?”
“Nee opa, natuurlijk niet, ik kan geen Argentijns!”
“In Argentinië spreken ze Spaans en …”
“Ja, lekker logisch, waarom geen Argentijns?”
“Dat heeft met geschiedenis te maken; dat leg ik je nog wel eens uit. Maar Guillermo betekent Willem.”
“Echt, net zoals jij? Wat cool!”
“Ja, leuk hè! Nou, de volgende Grand Slam is het ‘French Open’ in Parijs. Dat won Björn Borg van …”
“Haha opa, dat is een onderbroekenmerk; je maakt zeker een geintje!”
“Nee hoor, je had eerst de tennisser, en een hele goeie ook, die later zijn eigen ‘waslijn’ is begonnen; haha, dat is wél een grapje!”
 
“Daarna heb je ‘Wimbledon’ toch opa?”
“Hé, wat goed van je knul! Inderdaad. En daar was de winnaar weer Björn Borg, die heel makkelijk herinner ik me nog, won van Jimmy Connors. Het vierde en laatste Grand Slam is altijd in Amerika en heet het ‘US Open’. Daar was het net andersom; Connors versloeg Borg en won dat toernooi voor de derde keer in zijn loopbaan.”
 
“Hadden we toen ook goede Nederlandse spelers opa?”
“Tja, wie hadden we toen?... Weer even zoeken hoor… Ah, hier heb ik het ABN-toernooi en daar deed good old Tom Okker aan mee, maar die verloor al in de eerste ronde van iemand uit India waarvan ik de naam niet kan uitspreken…; en weer was het Jimmy Connors die ook dat toernooi in Rotterdam won.”
“Echt in Rotterdam opa? Daar komt mijn pappa vandaan!”
“Ja Sam, dat is zo. Ik ben dat jaar in de geboorteplaats van je vader geweest om een concert bij te wonen van een hele goede muziekgroep.”
“Hoe heette die groep dan opa?”
“Dire Straits, met hun allergrootste hit ‘Sultans of Swing’; wacht ik laat het je wel even horen via Spotify.”
“Nee, laat maar opa, ik zie daar Tijl lopen, daar ga ik liever mee voetballen!”
En weg was die kleine donder…
 
(wordt vervolgd)
 

_______________________________________________________________________________________________________________________________

1978: een jaar om nooit te vergeten (1)
(Willem Olierook)

“Opa”, roept Sam naar mij van zolder waar hij altijd graag wat mag grasduinen, “hier ligt een hele stapel boeken die allemaal even groot zijn; het lijkt wel een serie.”
“Wat staat er op?”, vraag ik een tikkie nieuwsgierig naar wat die kleinzoon van me nu weer heeft gevonden.
“Op de voorkant staat telkens hetzelfde maar met elke keer een ander jaar erachter.”
Ik kan niet veel met zijn cryptische omschrijving en roep: “Wat staat er dan elke keer voor het jaartal?”
“Het aanzien van …; wat betekent dat opa?”, roept Sam terug. Ach ja, natuurlijk, had ik kunnen weten.
“Zit 1978 er ook tussen?”, brul ik weer naar boven. “Effe zoeken opa …; ja, die heb ik hier.”
“Neem maar mee Sam.” Sam stort zich van de trap, ik krijg bijna een hartverzakking, en vraagt dan: “Waarom 1978 opa?”
“In dat jaar is de tennisvereniging waar ik speel opgericht. Weet je nog dat je een paar weken geleden ook hier was en die oude TEMA’s vond?”
“Natuurlijk weet ik dat nog opa, je hebt me toen uitgelegd wat snuffelen is en ik vond dat zakje met guldens. Die heb ik meegenomen naar school om te laten zien. Ze waren allemaal jaloers op mij!” “Maar weet je wat in dat jaar nog belangrijker was Sam?”
“Nee opa, maar je gaat het me vast vertellen!” “Zeg …, niet zo bijdehand jij hè! In 1978 is je moeder geboren Sam; ik wil wel weer eens lezen wat er toen allemaal is gebeurd.”
“Staat dat in dit boek, dat mama is geboren?” “Er staat heel veel in Sam, maar niet dat jouw moeder zich meldde. Het was wel heel belangrijk voor oma en mij, maar niet voor de rest van Nederland.” “Wat staat er dan wel in?”
“O, van alles, over sport en muziek, maar ook over nare dingen zoals oorlogen, overstromingen en allerlei ongelukken. Vind je het leuk als ik je wat dingen vertel die in 1978 zijn gebeurd?”
“Ja, best wel opa, maar niet alleen verdrietige dingen hoor. Doe maar veel over sport en van de rest een beetje.”
“Dat is goed. Maar eerst zet ik water op voor thee. Wat voor smaak wil je?” “Ik wil geen thee, heb je geen cola?”
“Nee, alleen zelf gebrouwen bier, maar daar ben je nog veel te jong voor. Dus thee of gewoon kraanwater?”
“Doe dan maar thee met bosvruchtensmaak.” “Prima, dan doe ik met je mee.”
Terwijl de waterkoker, die in 1978 trouwens nog niet bestond, z’n best doet lees ik Sam voor dat PSV ook in 1978 een heel goed jaar had net als nu in de competitie, helaas.
“Dat vind jij niet leuk hè opa? Ik weet heus wel dat jij voor Ajax bent, dat heeft mijn vader me pas verteld. Pappa is voor Feijenoord en ik natuurlijk ook!”
“Alles beter dan PSV Sam, maar in 1978 wonnen ze op 9 mei in het eigen stadion wel mooi de UEFA-Cup door een 3-0-overwinning op het Franse Bastia. Door doelpunten van Willy van de Kerkhof, Gerrie Deijkers en Willy van der Kuijlen.”
“En het Nederlands elftal opa, deden die het ook goed?”
“In 1978 was het wereldkampioenschap in Argentinië. Ja, toen hadden we nog een heel goed team, zelfs zonder Johan Cruijff en Willem van Hanegem, die afgezegd hadden. We bereikten de finale en Robbie Rensenbrink had zich onsterfelijke kunnen maken door in de laatste minuut de bal in het net te schieten in plaats van tegen de paal.”
"Ja opa, nu is het Nederlands elftal niet meer zo goed. Wacht maar tot ik groot ben, dan worden we wél wereldkampioen!”
“Heb je de bal meegenomen Sam? Ja, dan gaan we als we de thee op hebben eerst maar eens goed oefenen. Dat boek komt de volgende keer wel weer.”
“Ja, leuk opa, ga jij op doel, dan schiet ik je helemaal lens!”
“Nou, nou, van wie heb je dat taalgebruik toch? Van die Rotterdamse vader van je zeker?”
“Lens betekent ‘Lenig EN Snel’ opa, dat ben jij al lang niet meer, ha-ha!”
En weg is die snotaap, maar ik zal ‘m leren; ze noemden mij vroeger de ‘Eddy PG’ van Poeldijk…”

(wordt vervolgd)

______________________________________________________________________________________________________________________________________

Een gesprek (fictie) tussen Opa en kleinzoon Sam

“Opa, wat is ‘snuffelen’?”
“Waarom vraag je dat Sam?”
“Ik heb dat op een boekje zien staan, opa. SNUFFELEN bij van UFFELEN.”
“Wat voor boekje? Waar heb je dat gevonden?”
“Op zolder, waar allemaal oude dingen liggen.”
“Dan heb je boven lopen snuffelen”, zegt opa lachend.
“Hè, wat bedoel je?”, vraagt Sam verbaasd.
“Nou, als je tussen allemaal spulletjes aan het rondkijken bent, dan ben je aan het snuffelen!
Heb je dat boekje meegenomen van boven? Wat staat er nog meer op, laat eens zien.”
“Het zijn dunne, gele boekjes opa en er staat met grote letters TEMA op.”

Sam geeft de boekjes aan zijn opa en gaat bij hem op de stoelleuning zitten.
“Wat is TEMA opa?”
“Dat is de naam van een clubblad Sam. Van tennisvereniging ‘De Maten’.”
“Heb je getennist? Was je goed? Heb je wel eens tegen Roger Federer gespeeld?”
“Nou, nou, wat een vragen. Ik zal ze beantwoorden. Ja, ik heb getennist, nee ik was niet goed, maar ik had er wel altijd heel veel plezier in en ook op je laatste vraag moet ik ‘nee’ zeggen. Ik heb jammer genoeg nooit tegen mijn idool gespeeld.”
“Wat is ‘idool’ opa?”
“Een ‘idool’ is iemand waar je heel veel bewondering voor hebt. Ik moest helaas stoppen toen ik te veel last van mijn knieën kreeg. Dat vind ik nog steeds jammer.”
“Wat staat er allemaal in een clubblad opa?”
Opa slaat het eerste exemplaar open en begint te lezen.
Na een paar minuten is Sam het zat en zegt:
“Opa, je moet hardop lezen, ik wil ook weten wat erin staat.”
“Ach ja, je hebt gelijk Sam, maar ik was in gedachten weer helemaal terug in 1978, het jaar dat ‘TV de Maten’ is opgericht. Ik lees hier dat het clubblad TEMA heet omdat meneer de Jager, die heb ik goed gekend, die naam heeft bedacht. Het zijn de eerste twee letters van TEnnisvereniging en de eerst twee letters van MAten. TEMA, goed gevonden hè?”
“Op school hebben we ook wel eens tema’s, maar dat heeft niks met tennis te maken hoor”, zegt Sam wijsneuzerig.
“Ja, het betekent ook nog wat anders, maar dat is een beetje moeilijk om uit te leggen… Hier, nog meer namen van mensen die ik heb gekend; het eerste bestuur: Royce Hakkers, voorzitter; Peter Moody was secretaris en Gert den Adel, de penningmeester.”
“Staan er ook leuke dingen in opa?”
“Eens kijken Sam…; ah, hier lees ik dat bij het Zwart-Geel rommelpottoernooi mevrouw Perdoen bij het inslaan ongelukkig kwam te vallen en ze daarbij haar pols brak!”
“Dat is toch niet leuk opa!”
“Je hebt gelijk Sam, even verder zoeken…ja, hier: de mensen die zich voor de feestavond verdienstelijk hadden gemaakt, kregen de bloemen die de andere Apeldoornse tennisverenigingen hadden meegebracht.”

“Staat er niks over tennis in opa?”
“Ja, eh…vast wel, ik blader nog wat. Ja, hier staat dat de heer R. Kloet op zaterdag, geheel belangeloos, de jeugd training geeft. Zeg, waarom zit jij eigenlijk niet op tennis. Het is een hartstikke leuk spel hoor!”
“Ik zit toch op voetbal opa en op pianoles en m’n moeder zegt dat daar genoeg snaren in zitten. Het zal wel leuk zijn, maar ik snap het niet!”
“Hier in TEMA nr 3 staan de uitslagen van de eerste clubkampioenschappen, dat is leuk om te lezen…”
“Wie was toen de allerbeste bij jullie opa?”

“Hier staat: de Herenenkelfinale – senioren (gevorderden) ging tussen A. Brouwer en T. v.d. Bosch. Gewonnen door A -zou dat Ton geweest zijn? – Brouwer met 6-3 6-7 en 6-3. Hadden ze toen al een tiebrake?”
“Wat is een ‘taaibreek’ opa?”
“Dat is een Engels woord en dat betekent dat je op de stand 6-6 met punten gaat tellen en wie het eerst bij de 7 is, die heeft dan de set gewonnen.”
“En wie was de beste vrouw opa in 1968?”
“Dat was… L. Slijkhuis, Sam, die heeft met 6-1 6-2 de finale gewonnen van mevrouw B. Brouwer.”
“O, wat leuk Sam, hier worden de spelregels (deel 1) uitgelegd, maar je kon ook het boekje “BETER INZICHT IN DE TENNISREGELS” kopen voor twee gulden vijftig.”
“Wat is dat opa: ‘gulden’?”
“Daar betaalden we vroeger mee Sam, voordat de euro bestond.”
“Zijn dat deze opa? Die vond ik ook boven in een zakje; ik heb nog nooit van die rare munten gezien!”
“Zo… die zijn geld waard! Geef maar hier!”
“Nee opa, die heb ik eerlijk gevonden, ik hou ze hoor!”
“Jij ook met je gesnuffel! Maar ik heb gelukkig weer die oude TEMA ’s terug. Nou m’n oude knieën nog…”

Willem Olierook

Redactie: Smaakt dit naar meer? Zal schrijver Willem Olierook hier een serie van maken? Laat het ons weten: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.