2018: 40 jaar tennisverhalen (deel 8)

Schrijver en lid van onze vereniging Willem Olierook heeft een fictief gesprek geschreven tussen Opa en kleinzoon Sam. Dit gaat onder andere over de historie van Tennisvereniging De Maten, maar voornamelijk over het oprichtingsjaar 1978.  Lees gauw verder voor alweer het achtste artikel uit de reeks!

Het bijzondere 1978 (deel 8)
Willem Olierook

Weer zo’n mooie zomerse morgen. Mijn vrouw is een dagje uit met haar vriendinnenclub en ik ga straks tennissen met mijn kleinzoon Sam en z’n vriendje Tijl. Ik heb de jochies gisteren al verteld dat zoiets een Mexicaantje heet, maar dat we niet gaan rouleren en ik steeds de ‘singelaar’ zal zijn.

Ik zit nog rustig mijn schaaltje yoghurt met bramen uit eigen tuin te verorberen als Sam binnen komt gestormd met Tijl in zijn kielzog. “Opa, weet je het al? Kiki heeft zinzenettie gewonnen!” Ik begrijp natuurlijk meteen wat hij bedoelt, want ik ben een groot fan van haar en trouwe volger van haar verrichtingen, dus wist ik dat ze deze week meedeed aan de WTA-tour die in het Amerikaanse Cincinnati werd gespeeld. “O ja Sam?!”, ik wist het nog niet, “wat goed van haar!”, was mijn verheugde reactie.

Tijl, die inmiddels ook tennis steeds leuker is gaan vinden en ook goed op de hoogte is zegt: “Ze heeft gewonnen van Simona Halep, de nummer één van de wereld, opa van Sam!” “Ja,”, zeg ik, “het zit gelukkig helemaal goed tussen de oren bij Kiki.” “Wat bedoelt u opa?”, vraagt Sam met een grote denkrimpel tussen z’n ogen.
“Dat ze mentaal, eh…” – ja, hoe leg je zoiets nu goed uit aan knulletjes van acht –, “dat ze haar zenuwen onder controle heeft. Als jullie een proefwerk moeten maken, voel je dan wel eens een raar gevoel in je buik?”

De jongens kijken elkaar aan en Tijl zegt: “u bedoelt een toets; ja, wel in mijn buik, maar die zit niet tussen mijn oren hoor opa van Sam” en ze proesten het uit de snotapen.
“Kijk maar uit jullie”, zeg ik met geheven wijsvinger, “door die brutaliteit kom je nog eens in de Bijlmerbajes terecht! “Dat kan niet meer opa, die is namelijk dicht!”, reageert mijn kleinzoon. “Welnee!”, zeg ik, pak m’n i-Phone en begin meteen te googelen.

Op 05 maart 1978 wordt de gevangenis P.I. Overamstel (De Bijlmerbajes) geopend. Het hypermoderne ontwerp van het echtpaar Pot-Keegstra beoogde een humane gevangenis die gericht was op resocialisatie van gedetineerden. In 2016 wordt de gevangenis gesloten.

“Je hebt waarempel nog gelijk ook!”, moet ik bekennen, “maar wel toevallig geopend in het jaar dat je moeder werd geboren …”. “En dat jouw tenniskluppie werd opgericht opa, dat wou je zeker ook nog zeggen.”, meldt Sam er achteraan. “Opa van Sam”, zegt Tijl, “ik vertelde laatst tegen mijn moeder dat u steeds dingen opzoekt uit 1978 en toen vroeg ze mij of u het over ‘Louise Joy Brown’ heeft gehad; ik hoop dat ik de naam goed heb onthouden.” De naam zegt mij niets maar het antwoord is op het moderne apparaatje snel te vinden.

Op 25 juli 1978 wordt in het Oldham General Hospital van Oldham in Groot-Brittannië de eerste reageerbuisbaby, Louise Joy Brown, geboren.

“Weet je ook waarom je moeder dat noemde Tijl?” “Mijn moeder zei: ‘als de opa van Sam dat vraagt zeg dan maar dat jij ook zo bent ontstaan”, zegt Tijl die eraan toevoegt: “maar ik snap niet wat ze bedoelt, maar mijn moeder zegt dat ze dat nog wel een keertje uitlegt… O ja, opa van Sam, ze vertelde ook dat er in 1978 een hele bekende oom van haar vader, mijn opa dus, is overleden en dat ik, u dus, misschien wel wist wie dat was…”

“Tja, dat is lastig”, zeg ik en vraag aan Tijl of ze nog een aanwijzing heeft gegeven. “Ja, ik moest zeggen dat het een man is die aan toneel deed, net als u vroeger, maar dan véééél bekender.” Opeens schiet me een naam te binnen en opnieuw druk ik wat toetsen in om te checken of ik het weet. En ik zie:

Op 06 mei 1978 is de Nederlandse acteur Ko van Dijk (1916-1978) overleden.

“Ko van Dijk?”, vraag ik Tijl, “was dat een oom van jouw opa?” “Ja, goed hè?!”, zegt hij glunderend, “maar opa van Sam, gaan we nu eindelijk eens tennissen?”
“Ja opa”, doet ook Sam een duit in het zakje, “laten we je maar eens inmaken bij het Mexicaantje doen!”. We pakken onze spullen en stappen op onze fietsen voor een heerlijk potje tennis bij Tennisvereniging De Maten.

________________________________________________________________________________________________________________________________

Het unieke jaar 1978 (deel 7)
(Willem Olierook)

De vakantie is begonnen. De mussen vallen van het dak en zelfs mijn kleinzoon Sam en zijn beste vriend Tijl vinden het te warm om te gaan voetballen.
We zitten natuurlijk wel buiten, maar dan lekker koel onder de overkapping. Ik heb de knapen ervan kunnen overtuigen dat thee beter helpt tegen de warmte dan cola.
Op de tafel ligt het Scrabblebord, omdat taal nu eenmaal mijn ding is en ik de jeugd mee wil geven hoe je spelenderwijs je woordenschat kunt vergroten (en niet alleen dat Bargoens wat Sam leert van mijn Haagse schoonzoon).

“Opa, na de vakantie ga ik naar groep zes en dan moet ik spreekbeurten doen. Ik wil de eerste keer over tennis vertellen en ook spullen laten zien. Wil je me daarbij helpen?” Gevleid door zowel de keuze van het onderwerp alsmede de hulpvraag stem ik direct in, maar zeg er tevens bij dat hij eerst zelf het een en ander moet op- en uitzoeken en dat ik dan help met het structureren, een mooi scrabblewoord, maar nog te hoog gegrepen voor mijn kleinzoon die me wazig zit aan te kijken.

“Structureren is het ordenen van informatie”, probeer ik uit te leggen, maar ik zie dat ook die toelichting niet overkomt. “Nou, eh, je zult het wel merken als we ermee aan de slag gaan”, zeg ik om er maar vanaf te zijn. Tijl, jij bent aan de beurt.” Tijl rommelt wat met zijn lettertjes en komt vervolgens met het woord ‘botsing’ op de proppen.
Met 2x woordwaarde een mooie score voor het sympathieke vriendje van Sam. Terwijl ik de score noteer schiet me ineens door het hoofd dat ik vanmorgen, terwijl ik weer eens in het jaar 1978 was gedoken, dat woord ook was tegengekomen.

“Wacht even jongens”, zeg ik, terwijl ik opsta om het boek te pakken, “dan kan ik jullie een wetenswaardigheid uit het oprichtingsjaar van Tennisvereniging De Maten vertellen.” Ik blader wat en ja, daar heb ik het gevonden: ik lees voor: “op 25 september 1978 botst een Boeing 727-200 van PSA (Pacific Southwest Airlines) vlucht 182 tijdens het landen tegen een Cessna 172 (Gibbs Flight Service). 137 passagiers en 7 personen op de grond vinden de dood.”

De jongens zijn even beduusd, maar dan vraagt Tijl: “opa van Sam – ik heb al honderd keer gezegd dat hij mij Willem mag noemen – ik begrijp iets niet.”
Kijk, ik houd van mensen die als ze iets niet snappen dat zeggen en een vraag willen stellen. “Wat begrijp je niet Tijl?” “U zei op het laatst: ‘vinden de dood’.
Hoe kun je nu de dood vinden?” Oké, dat is een Neerlandicus in de dop…

“Kijk Tijl”, begin ik, “’de dood vinden’ is een uitdrukking. Net zoals ‘het geluk vinden’ dat ook is. Het betekent niet ‘vinden’ in de betekenis van ‘daar ligt een muntstuk op straat’, maar het wil zeggen dat ze bij die botsing zijn overleden.” Ik kijk even afwisselend naar de jongens of ze het begrepen hebben en ik zie knikkende koppies, waaruit ik concludeer dat mijn uitleg geholpen heeft. “Jij bent, Sam!”, zeg ik om de vaart een beetje in het spel te houden, “wat voor woord kun jij op het bord leggen?”

Sam produceert weer die mooie denkrimpel en vraagt dan: “opa, ik mag die ‘s’ van botsing toch gebruiken. Dan heb ik een woord dat mijn moeder thuis nog wel eens gebruikt, maar ik weet niet hoe of je het schrijft; met een ‘g’ of met ‘ch’? Het woord is ‘chaos’.”

Ik grinnik en zeg Sam dat het met ‘ch’ wordt geschreven en mijn kleinzoon legt triomfantelijk zijn vier letters op het bord. Ineens schiet me te binnen dat ik ’s morgens dat woord ook in het jaaroverzicht ben tegengekomen en vertel dat de jongens. Ik pak het boek en lees: “Nederland wordt op 30 december getroffen door zware sneeuwstormen die een ongekende chaos veroorzaken. Vooral de provincies Groningen, Drenthe en Friesland krijgen opgewaaide hopen sneeuw die soms meters hoog zijn.” Sam en Tijl kijken elkaar aan en het klinkt als uit één mond: “pfff…, was het maar winter!"

_________________________________________________________________________________________________________________________

Het unieke jaar 1978 - deel 6
(Willem Olierook)

Mijn kleinzoon Sam gaat tennissen steeds leuker vinden. We hebben samen een aantal kwart- en halve finales van Wimbledon gekeken. Het blaag krijgt er nog kijk op ook.
Als Peudjo – mijn koosnaampje voor Novak Djokovic – Nadal weer eens uitspeelt zegt Sam: “Opa, tegenvoets spelen is heel vaak succesvol!”
Het is net of ik de Vlaamse commentator van Eurosport hoor. “Ja Sam, als je als speler alweer terug aan het lopen bent naar het midden dan is het vaak lastig om te stoppen en weer om te keren.” “Apo…”, zegt Sam, terwijl hij gefixeerd naar het scherm staart. “Hoe noem je me nou Sam?”, vraag ik verbaasd.
“O, sorry opa, ik bedoel natuurlijk: opa”. Hij ziet dat ik het niet snap en legt uit: “De opa in Den Haag noem ik ‘apo’. Hij noemt mij ‘Mas’.”

Het kwartje wil maar niet bij me vallen…Sam grinnikt en licht toe: “Mijn andere opa heeft nog meer kleinkinderen, waaronder een Sam; daarom noemt hij mij Mas en daarom noem ik hem apo. Snappez vous?, zoals mijn vader dan zegt.”

We vervolgen het bekijken van de superspannende halve finale en na een diepe zucht vraagt Sam: “Opa, die Nadal met altijd datzelfde gedoe voor hij serveert, dat is toch niet normaal? Aan z’n broek plukken, dan zijn shirt bij zijn schouders optrekken en dan aan zijn ene oor frunniken, z’n neus en het haar achter z’n andere oor stoppen. Word je daar als tegenstander nou niet helemaal Gallisch van?!” (ik hoor daar duidelijk taalinvloeden van mijn schoonzoon)

“Sam, ik heb helaas nooit het voorrecht gehad om tegenover Nadal te staan, maar ik kan me voorstellen dat je er als tegenstander knap iebelig van wordt. Maar heb je gezien dat meer spelers een vast ritueel hebben; je weet wel wat een ritueel is toch Sam?” “Ja hoor opa, dat is altijd in dezelfde volgorde iets doen en zo.”
“Is je opgevallen van Peudjo altijd doet?”, vraag ik mijn pientere kleinzoon. “Eh… o ja, die stuitert de bal zeven keer met zijn racket en bij de laatste keer draait ie dan z’n racket om.” “En John Isner, die pas verloor van Kevin Anderson, is je bij hem wat opgevallen?”

Sam gaat even in de denkmodus, daarbij krijgt hij een diepe rimpel boven zijn neus en krabt hij op zijn achterhoofd, waardoor ik moet denken aan mijn eigen vader die dat altijd net zo deed. “Die Isner, is dat die lange man die altijd zijn petje net zo op heeft als jij opa? “Yep, die bedoel ik.”
“Ja!”, roept Sam uit, “Nou weet ik het weer: die gozer stuitert de bal tussen zijn benen door voordat hij gaat serveren. Dat is wel grappig ja.”

Als de wedstrijd uiteindelijk is beslist in het voordeel van de Serviër, vraagt hij: “Opa, vertel nog een iets over 1978, het jaar dat mijn moeder werd geboren en jouw kluppie werd opgericht.” Gelukkig had ik me ’s morgens al voorbereid toen Sam met z’n vriendje Tijl aan het voetballen was. “Op 14 oktober werd in Coevorden  de beeldengroep Ganzen Geesje onthuld ter ere van de vrouwen die vroeger hun ganzen naar de ganzenmarkt dreven.” “Hallo opa, wat boeit mij dat ganzengedoe nou; heb je niks leukers?!”

“Weet je Sam, er zullen veertig jaar geleden ongetwijfeld heel veel leuke dingen zijn gebeurd, maar die waren niet interessant genoeg om in een boek op te nemen. Maar ik heb nog wel een aardige gebeurtenis gevonden. Een waar je zelf weleens in bent geweest. Enig idee?” “Al sla je me dood opa (opnieuw duidelijk ergerlijk taalgebruik van die Hagenees), zeg het me maar!”
“Op 10 mei werd in attractiepark De Efteling in Kaatsheuvel het Spookslot geopend als eerste écht grote attractie en is dan het grootste spookslot van Europa.”
“Nou opa, als dat in 1978 belangrijk was, dan ben ik toch blij dat ik er toen nog niet was”, reageerde de snotneus, hoewel ook enigszins filosofisch, hetgeen hij natuurlijk van mij heeft.

“Ik ga weer naar Tijl opa en weet je wat we gaan doen? We gaan ‘Wimbledon’ spelen op het grasveldje bij hem achter met die oude rackets die jij ons pas hebt gegeven!”
En weg was hij…

______________________________________________________________________________________________________________________________________

1978: Een jaar om nooit te vergeten (4) - deel 5
(Willem Olierook)

Als Sam moet voetballen ga ik meestal kijken. Zeker als de Groen-Wittertjes thuis spelen sta ik langs de lijn. Eigenlijk ben ik een ‘schreeuwopa’, maar als ik al die afkeurende blikken zie wanneer ik dat kleine spul sta aan te moedigen, dan zing ik toch maar gauw een toontje lager. Na de wedstrijd gaan Sam en zijn vriendje Tijl met mij mee omdat hun ouders, die ook bevriend zijn, een weekendje in de Ardennen vertoeven om daar aan touwen te hangen en in wankele bootjes te varen. Zij liever dan ik …

‘Opa’, begint Sam, ‘hoe vond je ons spelen?’ vraagt hij als de knulletjes op de bank zijn neergeploft.
‘Wil je een aardig antwoord of een eerlijk antwoord’, zeg ik plagerig. ‘Ja, wat is dat nou weer voor vraag?! Zeg het nou maar gewoon!’, zegt Sam terwijl hij Tijl veelzeggend aankijkt.
‘Jullie hebben heel goed je best gedaan, jammer van die bal tegen de paal Tijl in de laatste minuut. Dat had de winnende treffer kunnen zijn. Dat deed me trouwens denken aan het WK in Argentinië in 1978.’  ‘Waarom huil je nou opa?’, vraagt Sam als ik wat in een papieren zakdoekje zit te snotteren.
‘Ach jongens, daar praat ik liever niet over; ik wil die wond niet opnieuw openrijten…’ ‘Opa, praat niet zo moeilijk en stel je niet zo aan. Wat was dat dan in Argentinië?’

‘Robbie Rensenbrink mist, net als jij Tijl, in de laatste minuut van de reguliere speeltijd een megakans. Daardoor blijft het 1-1 en het gastland wint in de verlenging met 3-1.’
‘En daar moet u nu nog steeds om huilen?’, vraagt Tijl lief. ‘Nou jongens, eerlijk gezegd zat ik een beetje toneel te spelen, was vroeger ook een grote hobby van me, maar het blijft wel altijd een ‘gevoelig plekje’ zal ik maar zeggen.

‘In 1978 is er wel iets heel ergs gebeurd, herinner ik me’, zeg ik tegen mijn kleinzoon en zijn vriendje, terwijl ik hen een mok gemberthee met een lepel echte imkerhoning voorzet. ‘Bij een Spaanse camping raakte een met vloeibaar gas gevulde tankauto van de weg en ontplofte daar met als gevolg meer dan tweehonderd doden, onder wie 10 Nederlanders en 36 Belgen’.‘O, wat erg opa’, zegt Sam en hij laat van schrik bijna de mok uit z’n handen vallen. ‘Zijn er in het jaar dat mijn moeder geboren is ook leuke dingen gebeurd?’, wil mijn kleinzoon weten.
‘Ja, vast wel’, zeg ik, ‘maar dan moet ik even in mijn geheugen graven…’

‘Ik haal de schop wel even uit het schuurtje!’ zegt Sam lachend, die de adremme humor van zijn Rotterdamse vader duidelijk ook in zijn genen heeft zitten. ‘Misschien niet zozeer leuk, maar wel bijzonder was dat na jarenlang onderhandelen de Camp Davidakkoorden tussen Egypte en Israël werden gesloten en o ja het was ook het jaar waarin de Nederlandse wielrenster Keetie Oosten-van Hagen het werelduurrecord verbeterde’, weet ik ook nog vanuit de krochten van mijn brein naar boven te peuren.

‘Sam, zullen we dat spel van Indiana Jones gaan spelen?’, vraagt Tijl, die onrustig wordt, aan zijn vriendje.
‘Ja, leuk’, zegt Sam en de kereltjes wippen synchroon van de bank en verdwijnen naar boven, terwijl Sam me nog naroept dat hij de thee ‘cool’ vond.

‘Jones… Jones…’, spreek ik zacht uit. Wat is er toch met die naam? Ik weet dat ik die ook in het bekende jaaroverzichtboek ben tegengekomen, maar in welk verband ook alweer?

Het laat me niet los en ik ga op zoek naar het betreffende boek. Ik blader het door en ja, bijna aan het eind, dat zul je altijd zien, lees ik: In Jonestown schieten op 18 november leden van de Peoples Temple, onder leiding van Jim Jones, leden van een commissie dood die Jonestown kwamen inspecteren. Vervolgens plegen honderden leden, op bevel van Jones, massaal zelfmoord.

Nou, daar zal ik de jongens maar niet mee lastig vallen…

(wordt vervolgd)

________________________________________________________________________________________________________________________________________

1978: Een jaar om nooit te vergeten (3) - deel 4
(Willem Olierook)

Een druilerige woensdagmiddag. Sam heeft hier meegeluncht en vraagt me om nog eens wat over 1978 te vertellen. Dat bijzondere jaar waarin z’n moeder, onze dochter, is geboren en het oprichtingsjaar van Tennisvereniging De Maten waar ik nog steeds heel graag m’n partijtjes speel en daarna gezellig samen ben met mijn medespelers.

“Opa, in welke sporten was Nederland nog meer goed vroeger?”, is de eerste vraag van Sam. Ik blader het boek door en ik zeg: “Kijk, hier staat wat over wielrennen, ook een sport waar de Nederlanders goed in waren en tegenwoordig ook weer zijn met sprinter Dylan Groenewegen (vast een Westlander met zo’n achternaam), Wout Poels en natuurlijk Tom Dumoulin niet te vergeten. “We hadden toen bij voorbeeld een Jan Raas die op 25 maart voor de tweede keer in z’n loopbaan de Amstel Gold Race won.”
“Geinige naam opa ‘Raas’ voor een wielrennen. Wie waren er nog meer goed?”
“Weet je wat Sam, ik googel wel even, dat is veel makkelijker.”

Ik tik in ‘Tour de France 1978’ en daar verschijnt een scherm vol aan informatie. “De proloog van Leiden naar St. Willebrord was voor Jan Raas.”
“Zie je wel dat zo’n naam helpt!”, zegt mijn bijdehante kleinzoon. “Er waren etappe-overwinningen voor: Henk Lubberding, Joop Zoetemelk (aankomst op de befaamde Puy-de-Dôme’), Hennie Kuiper en Gerrie Knetemann. En Joop werd tweede in het eindklassement. En op 27 augustus werd Gerrie Knetemann op de Nürburgring ook nog eens wereldkampioen. Niet gek hè?!” “Best goed hoor opa; kun jij ook een beetje hard fietsen? Ik wel hoor!”

“Nou Sam, ik wil niet opscheppen, maar ik had op m’n 17e een racefiets en reed precies in een half uur van Delft naar Poeldijk, dat was 15km. Mag jij uitrekenen hoe hard ik per uur reed.” “Dat is toch veel te moeilijk voor mij opa, ik ben pas zeven! Ik ga wel theezetten, dat kan ik wel.”

Heb ik mooi de tijd om nog wat interessante wetenswaardigheidjes bij elkaar te sprokkelen. Als Sam de mokken op tafel heeft gezegd zeg ik:
“Jij vindt de strip Garfield toch leuk om te lezen? Nou in 1978 kwam de eerste aflevering van dat boekje uit. Heel wat anders, je weet als katholiek ventje toch wat een paus is?”
Sam knikt en zegt: “Ik weet ook hoe de paus heet: Franciscus.” “Heel goed, maar wist je dat er in 1978 drie pausen waren?”
“Tegelijk?”, vraagt Sam. “Nee, na elkaar; twee pausen gingen er binnen een paar maanden dood en dus werd op 16 oktober Johannes Paulus II de derde paus dat jaar.”
Heb je niet nog meer over sport?”, vraagt Sam die de pausen zat lijkt te zijn. “Even kijken hoor… ja hier. O ja, dat was toch zielig…”
“Wat opa?” "Johan Cruijff speelde z’n afscheidswedstrijd met Ajax tegen Bayern München en ze verloren met …, nee ik kan het niet uit over mijn lippen krijgen…”
“Hè, toe nou opa, zeg het nou!” “Met 0-8!!! Zeg nou zelf, dat heeft die jongen toch niet verdiend?!”

We drinken onze thee op en ik vraag aan mijn kleinzoon of hij nog naar me komt kijken als ik meedoe aan het Hypothekertoernooi in augustus.
“Dat weet ik nog niet opa, misschien zijn we dan wel op vakantie. Wat vind je eigenlijk zo leuk aan tennissen?”
“O, zoveel! Je bent lekker buiten en in beweging, maar tennis – en vooral dubbelen – is een technisch en tactisch, die woorden ken je toch wel? – spelletje waar ik nooit genoeg van krijg. Het lijkt allemaal hetzelfde, maar is toch elke keer weer anders, net als bij voetbal.”

“Voetballen kan ik overal opa, maar tennissen kan alleen maar op een echt veld. Daarom voetbal ik liever.”
“Ja, maar met voetballen schoppen ze tegen je benen en val je telkens op de grond en dat is toch niet leuk?”
“Bij de F-jes valt dat wel mee opa. Misschien later als ik groot ben wel en als ik dat niet meer wil ga ik misschien ook wel tennissen. Maar nu wil ik weer naar buiten opa, het is droog. Ga je mee?”

(wordt vervolgd)

____________________________________________________________________________________________________________________________________

1978: Een jaar om nooit te vergeten (2) - deel 3

(Willem Olierook)
 
Sam is weer bij ons op bezoek. Oma is niet thuis, ze is op bezoek bij een vriendin en dus kunnen mijn kleinzoon en ik als mannen onder elkaar samen gamen en daarbij lekker luidruchtig zijn, zonder elke keer te moeten horen dat we wel erg veel lawaai maken …
 
“Ik heb geen zin meer opa, jij bent veel te traag, ik win altijd! Vertel me nog maar eens wat over het jaar dat mamma is geboren, wanneer was dat ook alweer?”
“Dat was 1978 Sam, waar heb je dat boek gelaten?”
“Ja, dat heb ik niet weggelegd! Was oma nou maar hier, die weet altijd alles te vinden…”
“Nou, ik ook heus wel; even logisch nadenken…; ja, natuurlijk, hierboven op de kast, naast mijn gedichtenbundels.”
“Gedichten zijn saai opa, die moeten we ook op school lezen. Allemaal rare woorden waar ik meestal niks van snap.”
“Ik zal je wel eens wat van mezelf voorlezen, maar nu duiken we weer even in ‘Het aanzien van’.”
 
“Staat er ook in welke goede tennissers je toen had opa?”
“Nou, dat weet ik niet Sam, maar als het hier niet in staat kan ik het altijd nog op Wikipedia opzoeken. Eerst maar eens bij het hoofdstuk ‘sport’ kijken…; hm… het enige dat ik hier vind is dat Martina Navrátilová  op 10 juli Chris Evert na 140 weken heeft afgelost als de nummer één op de wereldranglijst der proftennisspeelsters. De geboren Tsjechische moest die positie na 26 weken weer afstaan aan haar Amerikaanse collega.”
“Speelde Roger Federer toe ook al opa?”
“Welnee Sam, die was toen nog niet eens geboren! Ik moet toch even op de computer kijken. Zet jij ondertussen maar water op voor de thee; weet je hoe dat moet?”
“Duhhh… natuurlijk kan ik dat opa; ik ben al zeven hoor!”
 
Terwijl die kleine druktemaker in de keuken is, ga ik even googelen…
 
“Ja Sam, ik heb wat gevonden! Heb je die thee nu nog niet klaar?”
“Rustig aan opa, mijn vader zegt dat je alle tijd van de wereld hebt als pensionado, het komt er zo aan.”
 
Als we even later ons warme water wegslobberen met een stroopwafel erbij, kan ik hem vertellen wie er in 1978 de Grand Slams heeft gewonnen.
 
“Ze beginnen altijd in januari met de ‘Australian Open’ Sam en dat werd gewonnen door de Argentijn Guillermo Vilas. Weet je trouwens wat Guillermo is in het Nederlands?”
“Nee opa, natuurlijk niet, ik kan geen Argentijns!”
“In Argentinië spreken ze Spaans en …”
“Ja, lekker logisch, waarom geen Argentijns?”
“Dat heeft met geschiedenis te maken; dat leg ik je nog wel eens uit. Maar Guillermo betekent Willem.”
“Echt, net zoals jij? Wat cool!”
“Ja, leuk hè! Nou, de volgende Grand Slam is het ‘French Open’ in Parijs. Dat won Björn Borg van …”
“Haha opa, dat is een onderbroekenmerk; je maakt zeker een geintje!”
“Nee hoor, je had eerst de tennisser, en een hele goeie ook, die later zijn eigen ‘waslijn’ is begonnen; haha, dat is wél een grapje!”
 
“Daarna heb je ‘Wimbledon’ toch opa?”
“Hé, wat goed van je knul! Inderdaad. En daar was de winnaar weer Björn Borg, die heel makkelijk herinner ik me nog, won van Jimmy Connors. Het vierde en laatste Grand Slam is altijd in Amerika en heet het ‘US Open’. Daar was het net andersom; Connors versloeg Borg en won dat toernooi voor de derde keer in zijn loopbaan.”
 
“Hadden we toen ook goede Nederlandse spelers opa?”
“Tja, wie hadden we toen?... Weer even zoeken hoor… Ah, hier heb ik het ABN-toernooi en daar deed good old Tom Okker aan mee, maar die verloor al in de eerste ronde van iemand uit India waarvan ik de naam niet kan uitspreken…; en weer was het Jimmy Connors die ook dat toernooi in Rotterdam won.”
“Echt in Rotterdam opa? Daar komt mijn pappa vandaan!”
“Ja Sam, dat is zo. Ik ben dat jaar in de geboorteplaats van je vader geweest om een concert bij te wonen van een hele goede muziekgroep.”
“Hoe heette die groep dan opa?”
“Dire Straits, met hun allergrootste hit ‘Sultans of Swing’; wacht ik laat het je wel even horen via Spotify.”
“Nee, laat maar opa, ik zie daar Tijl lopen, daar ga ik liever mee voetballen!”
En weg was die kleine donder…
 
(wordt vervolgd)
 

_______________________________________________________________________________________________________________________________

1978: een jaar om nooit te vergeten (1) - deel 2
(Willem Olierook)

“Opa”, roept Sam naar mij van zolder waar hij altijd graag wat mag grasduinen, “hier ligt een hele stapel boeken die allemaal even groot zijn; het lijkt wel een serie.”
“Wat staat er op?”, vraag ik een tikkie nieuwsgierig naar wat die kleinzoon van me nu weer heeft gevonden.
“Op de voorkant staat telkens hetzelfde maar met elke keer een ander jaar erachter.”
Ik kan niet veel met zijn cryptische omschrijving en roep: “Wat staat er dan elke keer voor het jaartal?”
“Het aanzien van …; wat betekent dat opa?”, roept Sam terug. Ach ja, natuurlijk, had ik kunnen weten.
“Zit 1978 er ook tussen?”, brul ik weer naar boven. “Effe zoeken opa …; ja, die heb ik hier.”
“Neem maar mee Sam.” Sam stort zich van de trap, ik krijg bijna een hartverzakking, en vraagt dan: “Waarom 1978 opa?”
“In dat jaar is de tennisvereniging waar ik speel opgericht. Weet je nog dat je een paar weken geleden ook hier was en die oude TEMA’s vond?”
“Natuurlijk weet ik dat nog opa, je hebt me toen uitgelegd wat snuffelen is en ik vond dat zakje met guldens. Die heb ik meegenomen naar school om te laten zien. Ze waren allemaal jaloers op mij!” “Maar weet je wat in dat jaar nog belangrijker was Sam?”
“Nee opa, maar je gaat het me vast vertellen!” “Zeg …, niet zo bijdehand jij hè! In 1978 is je moeder geboren Sam; ik wil wel weer eens lezen wat er toen allemaal is gebeurd.”
“Staat dat in dit boek, dat mama is geboren?” “Er staat heel veel in Sam, maar niet dat jouw moeder zich meldde. Het was wel heel belangrijk voor oma en mij, maar niet voor de rest van Nederland.” “Wat staat er dan wel in?”
“O, van alles, over sport en muziek, maar ook over nare dingen zoals oorlogen, overstromingen en allerlei ongelukken. Vind je het leuk als ik je wat dingen vertel die in 1978 zijn gebeurd?”
“Ja, best wel opa, maar niet alleen verdrietige dingen hoor. Doe maar veel over sport en van de rest een beetje.”
“Dat is goed. Maar eerst zet ik water op voor thee. Wat voor smaak wil je?” “Ik wil geen thee, heb je geen cola?”
“Nee, alleen zelf gebrouwen bier, maar daar ben je nog veel te jong voor. Dus thee of gewoon kraanwater?”
“Doe dan maar thee met bosvruchtensmaak.” “Prima, dan doe ik met je mee.”
Terwijl de waterkoker, die in 1978 trouwens nog niet bestond, z’n best doet lees ik Sam voor dat PSV ook in 1978 een heel goed jaar had net als nu in de competitie, helaas.
“Dat vind jij niet leuk hè opa? Ik weet heus wel dat jij voor Ajax bent, dat heeft mijn vader me pas verteld. Pappa is voor Feijenoord en ik natuurlijk ook!”
“Alles beter dan PSV Sam, maar in 1978 wonnen ze op 9 mei in het eigen stadion wel mooi de UEFA-Cup door een 3-0-overwinning op het Franse Bastia. Door doelpunten van Willy van de Kerkhof, Gerrie Deijkers en Willy van der Kuijlen.”
“En het Nederlands elftal opa, deden die het ook goed?”
“In 1978 was het wereldkampioenschap in Argentinië. Ja, toen hadden we nog een heel goed team, zelfs zonder Johan Cruijff en Willem van Hanegem, die afgezegd hadden. We bereikten de finale en Robbie Rensenbrink had zich onsterfelijke kunnen maken door in de laatste minuut de bal in het net te schieten in plaats van tegen de paal.”
"Ja opa, nu is het Nederlands elftal niet meer zo goed. Wacht maar tot ik groot ben, dan worden we wél wereldkampioen!”
“Heb je de bal meegenomen Sam? Ja, dan gaan we als we de thee op hebben eerst maar eens goed oefenen. Dat boek komt de volgende keer wel weer.”
“Ja, leuk opa, ga jij op doel, dan schiet ik je helemaal lens!”
“Nou, nou, van wie heb je dat taalgebruik toch? Van die Rotterdamse vader van je zeker?”
“Lens betekent ‘Lenig EN Snel’ opa, dat ben jij al lang niet meer, ha-ha!”
En weg is die snotaap, maar ik zal ‘m leren; ze noemden mij vroeger de ‘Eddy PG’ van Poeldijk…”

(wordt vervolgd)

______________________________________________________________________________________________________________________________________

Een gesprek (fictie) tussen Opa en kleinzoon Sam - deel 1

“Opa, wat is ‘snuffelen’?”
“Waarom vraag je dat Sam?”
“Ik heb dat op een boekje zien staan, opa. SNUFFELEN bij van UFFELEN.”
“Wat voor boekje? Waar heb je dat gevonden?”
“Op zolder, waar allemaal oude dingen liggen.”
“Dan heb je boven lopen snuffelen”, zegt opa lachend.
“Hè, wat bedoel je?”, vraagt Sam verbaasd.
“Nou, als je tussen allemaal spulletjes aan het rondkijken bent, dan ben je aan het snuffelen!
Heb je dat boekje meegenomen van boven? Wat staat er nog meer op, laat eens zien.”
“Het zijn dunne, gele boekjes opa en er staat met grote letters TEMA op.”

Sam geeft de boekjes aan zijn opa en gaat bij hem op de stoelleuning zitten.
“Wat is TEMA opa?”
“Dat is de naam van een clubblad Sam. Van tennisvereniging ‘De Maten’.”
“Heb je getennist? Was je goed? Heb je wel eens tegen Roger Federer gespeeld?”
“Nou, nou, wat een vragen. Ik zal ze beantwoorden. Ja, ik heb getennist, nee ik was niet goed, maar ik had er wel altijd heel veel plezier in en ook op je laatste vraag moet ik ‘nee’ zeggen. Ik heb jammer genoeg nooit tegen mijn idool gespeeld.”
“Wat is ‘idool’ opa?”
“Een ‘idool’ is iemand waar je heel veel bewondering voor hebt. Ik moest helaas stoppen toen ik te veel last van mijn knieën kreeg. Dat vind ik nog steeds jammer.”
“Wat staat er allemaal in een clubblad opa?”
Opa slaat het eerste exemplaar open en begint te lezen.
Na een paar minuten is Sam het zat en zegt:
“Opa, je moet hardop lezen, ik wil ook weten wat erin staat.”
“Ach ja, je hebt gelijk Sam, maar ik was in gedachten weer helemaal terug in 1978, het jaar dat ‘TV de Maten’ is opgericht. Ik lees hier dat het clubblad TEMA heet omdat meneer de Jager, die heb ik goed gekend, die naam heeft bedacht. Het zijn de eerste twee letters van TEnnisvereniging en de eerst twee letters van MAten. TEMA, goed gevonden hè?”
“Op school hebben we ook wel eens tema’s, maar dat heeft niks met tennis te maken hoor”, zegt Sam wijsneuzerig.
“Ja, het betekent ook nog wat anders, maar dat is een beetje moeilijk om uit te leggen… Hier, nog meer namen van mensen die ik heb gekend; het eerste bestuur: Royce Hakkers, voorzitter; Peter Moody was secretaris en Gert den Adel, de penningmeester.”
“Staan er ook leuke dingen in opa?”
“Eens kijken Sam…; ah, hier lees ik dat bij het Zwart-Geel rommelpottoernooi mevrouw Perdoen bij het inslaan ongelukkig kwam te vallen en ze daarbij haar pols brak!”
“Dat is toch niet leuk opa!”
“Je hebt gelijk Sam, even verder zoeken…ja, hier: de mensen die zich voor de feestavond verdienstelijk hadden gemaakt, kregen de bloemen die de andere Apeldoornse tennisverenigingen hadden meegebracht.”

“Staat er niks over tennis in opa?”
“Ja, eh…vast wel, ik blader nog wat. Ja, hier staat dat de heer R. Kloet op zaterdag, geheel belangeloos, de jeugd training geeft. Zeg, waarom zit jij eigenlijk niet op tennis. Het is een hartstikke leuk spel hoor!”
“Ik zit toch op voetbal opa en op pianoles en m’n moeder zegt dat daar genoeg snaren in zitten. Het zal wel leuk zijn, maar ik snap het niet!”
“Hier in TEMA nr 3 staan de uitslagen van de eerste clubkampioenschappen, dat is leuk om te lezen…”
“Wie was toen de allerbeste bij jullie opa?”

“Hier staat: de Herenenkelfinale – senioren (gevorderden) ging tussen A. Brouwer en T. v.d. Bosch. Gewonnen door A -zou dat Ton geweest zijn? – Brouwer met 6-3 6-7 en 6-3. Hadden ze toen al een tiebrake?”
“Wat is een ‘taaibreek’ opa?”
“Dat is een Engels woord en dat betekent dat je op de stand 6-6 met punten gaat tellen en wie het eerst bij de 7 is, die heeft dan de set gewonnen.”
“En wie was de beste vrouw opa in 1968?”
“Dat was… L. Slijkhuis, Sam, die heeft met 6-1 6-2 de finale gewonnen van mevrouw B. Brouwer.”
“O, wat leuk Sam, hier worden de spelregels (deel 1) uitgelegd, maar je kon ook het boekje “BETER INZICHT IN DE TENNISREGELS” kopen voor twee gulden vijftig.”
“Wat is dat opa: ‘gulden’?”
“Daar betaalden we vroeger mee Sam, voordat de euro bestond.”
“Zijn dat deze opa? Die vond ik ook boven in een zakje; ik heb nog nooit van die rare munten gezien!”
“Zo… die zijn geld waard! Geef maar hier!”
“Nee opa, die heb ik eerlijk gevonden, ik hou ze hoor!”
“Jij ook met je gesnuffel! Maar ik heb gelukkig weer die oude TEMA ’s terug. Nou m’n oude knieën nog…”

Willem Olierook

Redactie: Smaakt dit naar meer? Zal schrijver Willem Olierook hier een serie van maken? Laat het ons weten: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.